Hoogbegaafd: een voorrecht, een probleem of een uitdaging?

Veel kinderen die met hard werken een redelijke cijferlijst kunnen behalen zouden zich wel eens wat meer intelligentie toe willen wensen. Het moet toch een “makkie” zijn als je met een minimale inzet een maximum aan resultaat kunt behalen? En inderdaad, veel begaafde en hoogbegaafde leerlingen doorlopen met gemak het onderwijs en behalen uitstekende resultaten. Toch zijn er ook leerlingen met een bovengemiddelde intelligentie bij wie het allemaal niet zo gemakkelijk gaat.
Hoogbegaafdheid kan ook een probleem zijn, in plaats van een voorrecht!

Hoogbegaafdheid

Over wat hoogbegaafdheid is bestaan nog geen eenduidige definities. Wel is het idee achterhaald dat hoogbegaafdheid louter een kwestie van intelligentie is. Steeds vaker wordt benadrukt dat aanwezige capaciteiten alleen kunnen worden omgezet in prestaties wanneer kinderen daartoe vanuit de omgeving worden gestimuleerd.
Meestal wordt hoogbegaafdheid wel verbonden aan hoge scores op een intelligentietest. Bij de in Nederland meest gebruikte intelligentietest, de WISC, komt dat overeen met een IQ van 130 of hoger. Naast hoge intellectuele mogelijkheden, taakgerichtheid en volharding en een originele manier van problemen oplossen spelen sociale factoren een grote rol bij het tot uiting komen van hoogbegaafdheid.
De school, het gezin en de leeftijdsgenoten oefenen ieder hun eigen invloed uit. Een hoogintelligent kind kan geen hoogbegaafdheid ontwikkelen als het niet door zichzelf en zijn omgeving wordt uitgedaagd.

Signaleren van hoogbegaafde leerlingen

Omdat hoogbegaafdheid een veelomvattend begrip is is het vaak lastig deze kinderen te signaleren. Aan de hand van signaleringslijsten kunnen leerkrachten wel een inschatting maken of er bij een leerling sprake is van hoogbegaafdheid. Hoogbegaafde kinderen kunnen meestal op vroege leeftijd al lezen, praten en schrijven. Zij blinken vaak uit in meerdere gebieden en hebben een grote woordenschat. Vaak hebben zij een zeer goed geheugen en kunnen daardoor goed informatie onthouden en verwerken. Nieuwe leerstof wordt sneller opgepakt dan bij doorsneeleerlingen en zij hoeven maar weinig tijd te besteden aan hun huiswerk. Kinderen met hoogbegaafdheid kunnen grote denksprongen maken en goed abstract denken. Zij kunnen makkelijk verbanden leggen en hebben vaak de neiging om zaken op een ongebruikelijke manier te combineren. In opdrachten laten deze leerlingen vaak zien dat zij originele en creatieve ideeën en oplossingen hebben. Zij maken onverwachte zijsprongen en hebben grote verbeeldingskracht. Het gebeurt nogal eens dat leerkrachten het denkproces niet kunnen volgen en iets fout rekenen wat uiteindelijk goeddoordacht blijkt te zijn!

Problemen bij hoogbegaafdheid

Hoogbegaafde leerlingen hebben over het algemeen een voorkeur voor zelfstandig werken. Doordat zij nogal eens dingen op hun eigen manier willen doen kan hun manier van werken tot problemen leiden in situaties waarin zij met anderen moeten samenwerken. Vaak zijn hoogbegaafde leerlingen erg leergierig, zeker als het onderwerp hen interesseert. Maar het tegenovergestelde geldt ook: als een hoogbegaafde leerling geen interesse voor een bepaald onderwerp heeft dan kan hij moeilijk de motivatie opbrengen om zich er in te verdiepen. Het is ook mogelijk dat hoogbegaafde leerlingen structureel minder gaan presteren dan waartoe zij in staat zijn. We noemen dit onderpresteren. Onderpresteren komt regelmatig voor bij hoogbegaafde leerlingen en is meestal het gevolg van verschillende factoren. Het kan zijn dat een leerling zich naar beneden toe aanpast in de hoop beter door de groep geaccepteerd te worden. Ook kan het zijn dat een leerling gedemotiveerd raakt omdat het lesaanbod op een te laag niveau is, of omdat hij zich niet geaccepteerd voelt. Dit kan leiden tot prestaties beneden het eigen kunnen, maar ook tot prestaties die nog lager liggen dan die van een gemiddelde leerling in de klas.
Vooral kinderen die relatief lager presteren dan wat ze zouden kunnen worden vaak niet als zodanig herkend, doordat ze volgens de norm goed presteren. Toch vallen deze kinderen op doordat ze kennis hebben die nog niet in de klas is behandeld. Zij kunnen fouten maken bij makkelijke opdrachten, maar weten soms wel de antwoorden op moeilijke vragen. De leerresultaten zijn dan wisselend en vaak waren er in het verleden al wel signalen van een hoge intelligentie.

Uitdaging bieden

Kinderen die onderpresteren hebben niet alleen een studieprobleem, maar raken ook in de knoop met hun zelfbeeld en motivatie. Het is de opdracht van het onderwijs om samen met het kind aan de slag te gaan, zodat die zijn persoonlijke “drive” weer hervindt. Dit is mogelijk door aan kinderen voldoende uitdaging te bieden en hen te leren hun talenten op een goede manier in te zetten. Veel hoogbegaafde leerlingen hebben ervaren dat alles wat ze doen gemakkelijk is. Zij hebben daardoor geen goede leersstrategieën aangeleerd en haken af als ze ineens wél een moeilijke opdracht aangeboden krijgen. Door het aanbieden van een uitdagend leerklimaat blijven deze kinderen gemotiveerd om hun talenten in te zetten en voelen ze zich gewaardeerd.
Het bieden van een uitdagend leerklimaat betekent niet dat deze leerlingen zomaar een klas over kunnen slaan, of in alle methodes een boekje verder werken. Waar het vooral om gaat is zicht krijgen op de mogelijkheden en onmogelijkheden van deze leerlingen, met hen in gesprek te gaan en samen een programma op maat uit te zetten. In dit programma kan de leerling een duidelijke inbreng hebben, maar zal er ook een inbreng vanuit de school zijn. Leerlingen met hoogbegaafdheid zullen ook om moeten leren gaan met de eisen die door de school worden gesteld en met opdrachten waar ze moeite mee hebben. Van cruciaal belang is echter dat ze zich gehoord voelen en dat de school bereid is vraaggericht te werken in plaats van methodegericht. Daarvoor is bij de school een creatieve instelling vereist, die het mogelijk maakt een flexibele werkomgeving te maken. Naast creativiteit in de organisatie is het belangrijk dat kinderen zich thuis voelen op school en risico’s durven nemen. Daarbij is niet zozeer het eindresultaat van belang, maar vooral ook het proces: de manier waarop kinderen oplossingen proberen te zoeken voor een gesteld probleem, falen als een leermoment in plaats van afrekening, persoonlijke doelen naast methodedoelen.

Begeleiden van hoogbegaafde kinderen op school

Hoogbegaafde kinderen denken anders, denken sneller, maken grotere denkstappen, denken creatief en combineren verschillende soorten informatie. Zij kunnen het aan om zonder instructie aan iets te beginnen. Maar het onderwijs is afgestemd op kinderen die meer behoefte hebben aan instructie en oefening. Gelukkig zijn er op veel scholen in de regio Noord-Brabant en Zeeland al aanpassingen geregeld. Deze manieren van aanpassing in het onderwijs worden versnellen, compacten en verrijken genoemd. Ook kinderen die niet hoogbegaafd zijn, maar een bovengemiddelde intelligentie hebben, kunnen gebaat zijn bij deze aanpassingen.

a) Versnellen:
Bij versnellen gaat een kind eerder naar groep 3, of kan één of meer klassen overslaan. Veel scholen zijn huiverig om een dergelijke beslissing te nemen, omdat ze bang zijn dat het kind de aansluiting met groepsgenoten zal missen en sociaal-emotionele problemen zal krijgen. Het besluit om te versnellen zal ook met de nodige zorg genomen moeten worden. Versnelling is niet aan te raden als een kind er sociaal-emotioneeel nog niet aan toe is of instabiel is. Toch kan het overslaan van een klas positief doorwerken, omdat taalgebruik, interesses en ontwikkeling van het hoogbegaafde kind beter passen bij wat oudere kinderen. Een vroege versnelling is dan het meest gunstig, omdat de groepen dan nog niet zo hecht zijn. Alleen versnellen is geen oplossing: hoogbegaafde kinderen blijven snel. Versnellen moet dus altijd worden gecombineerd met compacten en verrijken.

b) Compacten:
Hoogbegaafden hebben vaak minder tijd nodig om de reguliere oefenstof te doorlopen. Zij hebben weinig behoefte aan herhalings- en oefenstof kunnen gedeelten van de oefenstof overslaan, bijv. bij oefeningen die bestaan uit een aantal dezelfde opdrachten. Bij hoogbegaafde leerlingen kan instructie soms achterwege blijven of kan worden volstaan met een korte instructie. Door deze aanpassingen kan een leerling versneld de oefenstof doorwerken, waardoor tijd vrijkomt die kan worden gevuld met verdiepings- en verrijkingsstof.
c) Verrijken en verdiepen:
Het is mogelijk om gebruik te maken van materiaal dat speciaal is ontwikkeld voor hoogbegaafde leerlingen. Ook bestaand materiaal kan door vrij eenvoudige aanpassingen geschikt en voldoende uitdagend worden gemaakt. In veel methodes is verrijkings- en verdiepingsstof opgenomen. Deze verdiepingsstof kan worden aangepast, zodat er werkelijke uitdaging ontstaat voor hoogbegaafde leerlingen. Verrijkingsopdrachten moeten vooral een beroep doen op creativiteit en een hoog abstractieniveau hebben. Trefwoorden zijn: complexiteit, open opdrachten, uitlokken tot onderzoeken en een beroep doen op zelfstandigheid.

Opdracht

Vooral onderpresteerders wordt nogal eens verweten dat ze onvoldoende hun best doen en vele malen beter kunnen presteren. Leerkrachten zijn misschien wel bereid om hun lesaanbod wat aan te passen, maar vinden toch dat deze leerlingen eerst maar eens moeten laten zien wat ze kunnen…! Onderpresteerders ervaren vaak onbegrip en krijgen te maken met allerlei vooroordelen. Dat zij daardoor in de problemen raken ligt voor de hand.
Hier ligt dan ook een opdracht voor het onderwijs: hoogbegaafdheid zien als een uitdaging om deze kinderen voldoende kansen te bieden, waardoor ze zich kunnen ontpooien! Welke maatregelen het meeste effect zullen hebben is afhankelijk van het kind, zijn behoeften, interessen, zijn sterke en minder sterke kanten.

 

drs. K. van Sparrentak
orthopedagoog

 

Literatuur:

Gerven, E. van. (2001). Een goed protocol is het halve werk; signalering van hoogbegaafde leerlingen.
Talent, november 2001.

Luit, H. van en Burijn, M. de. (2002). Hoogbegaafde kinderen in het basisonderwijs.
Wereld van het jonge kind, november 2002.

(Hoog)begaafde leerlingen in het basisonderwijs; Informatiebrochure 2002.
Landelijk informatiepunt hoogbegaafdheid Primair Onderwijs SLO.

Kieboom, T. (2002). Hoogbegaafde leerlingen in het voortgezet onderwijs.
Remediaal, 2 (5), 4-8.

Lid van de Nederlandse Vereniging voor Orthopedagogen (NVO).
www.nvo.nl

Lid van de Landelijke Beroepsvereniging voor Remedial Teachers (LBRT).
www.lbrt.nl

Lid van Balans, vereniging voor ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen.
www.balansdigitaal.nl