Kinderen met ADHD.

ADHD is de afkorting van Attention Deficit Hyperactivity Disorder, een aandachtsstoornis met hyperactiviteit. Kinderen met ADHD hebben moeite om hun aandacht blijvend op een taak te richten en zich niet door allerlei prikkels uit hun omgeving af te laten leiden. ADHD kan zich in milde of in ernstige vorm voordoen. Kinderen met ADHD kunnen zich vaak moeilijk concentreren, reageren impulsief of hebben last van hyperactiviteit.

Concentratieproblemen

Normaal gesproken zijn kinderen over het algemeen goed in staat om uit de grote hoeveelheid prikkels die op hen afkomen de meest belangrijke prikkels te filteren. Kinderen met ADHD hebben daar vaak grote moeite mee. Voor hen zijn alle prikkels vaak even belangrijk. Zij vinden het moeilijk om hun aandacht langere tijd vast te houden en zijn snel afgeleid.

Hyperactiviteit

Kinderen met ADHD zijn, vooral op jongere leeftijd, voortdurend in beweging. Dit hyperactieve gedrag is vaak het eerste dat opvalt bij kinderen met ADHD. Ze kunnen moeilijk stilzitten, friemelen dikwijls met hun vingers, zitten te draaien op hun stoel en lijken met van alles bezig behalve met hun opdracht. Er is altijd onrust in het lijf.

Impulsiviteit

Impulsiviteit is een derde kenmerk van kinderen met ADHD. “Eerst doen dan nadenken “ lijkt het devies te zijn. Dingen “eruit flappen”, voor je beurt spreken, dingen pakken zonder het te vragen. Al antwoord geven voor de vraag is afgemaakt. In een kringgesprek maar heel moeilijk op je beurt kunnen wachten.... Het lijkt kinderen met ADHD te ontbreken aan een innerlijke controle die de remfunctie van het gedrag regelt. Ze leven als het ware van moment tot moment en leren daardoor veel minder van hun fouten.

In de klas

Het is te begrijpen dat deze kinderen in de klas vaak opvallen. Sommige kinderen lijken er voortdurend op uit te zijn om de aandacht van anderen te trekken. Omgaan met regels kost hen veel moeite. Ook de interactie met medeleerlingen kan moeizaam verlopen. Door hun impulsieve gedrag willen andere kinderen vaak niet meer met hen spelen of worden ze buitengesloten. Op leergebied vallen de resultaten vaak tegen. Omdat ze heel goed in de gaten hebben dat ze veel dingen minder goed kunnen dan hun leeftijdgenoten kunnen kinderen met ADHD last krijgen van minderwaardigheidsgevoelens. Telkens weer worden kinderen met ADHD geconfronteerd met de negatieve gevolgen van hun gedrag.
Een leerling met ADHD kan vaak de nodige frustraties oproepen bij de leerkracht. Leerkrachten hebben het gevoel “bakken met energie” in deze leerlingen te stoppen en zien daar vaak weinig resultaten van terug. Op school worden kinderen met ADHD nogal eens ervaren als dwars, uitdagend, ongehoorzaam en vervelend. Problemen doen zich juist voor op school, omdat daar datgene van het kind wordt verwacht waar hij niet goed in is. Stilzitten, opletten, luisteren naar instructies en deze onthouden, het zijn voor kinderen met ADHD vaak onoverkomelijke hindernissen.

Oorzaken

Er is een vermoeden dat het bij ADHD gaat om een afwijking in de chemische en elektrische werking van de hersenen. Er zou sprake zijn van storingen of gebreken in de overdracht tussen de hersencellen. Ook wordt gedacht dat met name het gebied van de hersenen dat verantwoordelijk is voor het remmen van gedrag niet goed functioneert.

Signalering

Vaak is de tolerantie ten aanzien van het gedrag van kinderen in de kleuterperiode nog relatief hoog. Er worden dan nog niet zulke hoge eisen gesteld aan concentratie, spanningsboog en dergelijke. Dit kan er toe leiden dat kinderen pas vanaf groep 3, wanneer de eisen ten aanzien van gedrag en leren sterk toenemen, in de problemen gaan komen. Door een goede signalering kan worden voorkomen dat een kind met ADHD in de problemen raakt en in een negatieve spiraal terecht komt. Leerkrachten kunnen gebruik maken van speciale checklists als zij vermoeden dat er sprake is van ADHD. Het is van groot belang dat de school zo vroeg mogelijk op zoek gaat naar mogelijkheden om het kind te begeleiden. Soms kan medicatie noodzakelijk zijn om weer in een positieve spiraal terecht te komen en de leuke kant van het kind naar voren te halen.

De diagnose

Het vaststellen van de diagnose ADHD moet bij voorkeur gebeuren door een kinderarts of jeugdpsychiater. Zij kunnen vanuit hun deskundigheid andere lichamelijke of psychische oorzaken uitsluiten en adviezen geven over de behandeling. De orthopedagoog kan een belangrijke rol spelen in het voortraject. Samen met school en ouders kunnen de problemen in kaart gebracht worden. Dit kan bijv. door middel van gesprekken en/of het invullen van speciale gedragsvragenlijsten. De orthopedagoog kan op basis van de resultaten de ouders adviseren ten aanzien van het nemen van verdere stappen. Het verslag van de gesprekken en de resultaten van de vragenlijstenlijsten kan samen met de conclusies en de adviezen van de ortho-pedagoog worden overhandigd aan de kinderarts. Zo kunnen ouders goed beslagen ten ijs komen wanneer zij hun kind voor een ADHD-diagnose aanmelden bij de kinderarts. Het voordeel van deze werkwijze is dat de kinderarts bij het stellen van de diagnose ook een goed en objectief beeld heeft van de mate waarin het gedrag van het kind op school als een probleem wordt ervaren.

De rol van ouders en school

Wanneer de diagnose ADHD is gesteld zal dit meer begrip opleveren voor het gedrag van het kind. Door medicatie kunnen de scherpste pieken in het gedrag worden afgevlakt, waardoor het in de klas weer mogelijk wordt het kind op een positieve manier te benaderen. Medicatie kan er toe bijdragen dat de negatieve spiraal wordt doorbroken en ouders, kinderen en school weer een nieuwe start kunnen maken. Natuurlijk betekent dat niet dat alles vanaf dan vanzelf gaat.
Kinderen met ADHD blijven afhankelijk van externe bekrachtiging van gewenst gedrag. Steeds zal het leerstofaanbod op school moeten worden aangepast aan de mogelijkheden en de beperkingen van een kind met ADHD. Vaak zal dit betekenen dat momenten van inspanning afgewisseld moeten worden met ontspanning en dat er goede afspraken gemaakt zullen moeten worden voor momenten waarop het kind de klassensituatie echt niet aankan.
School en ouders zullen zich er van bewust moeten zijn dat het begeleiden van een kind met ADHD een gezamenlijke opgave is. Intensief en geregeld contact biedt aan school en ouders de mogelijkheid om knelpunten te bespreken, samen naar oplossingen te zoeken en zo goed mogelijk af te stemmen. De begeleiding van kinderen met ADHD op school gaat nogal eens met pieken en dalen. Steeds ligt het gevaar op de loer dat er alleen gesproken wordt over de problemen die worden ervaren. Door met elkaar regelmatig in gesprek te gaan ontstaat er ook ruimte om positieve ervaringen met elkaar te delen. Daardoor blijft er perspectief!

 

 

drs. K. van Sparrentak
orthopedagoog

 

Literatuur:

Jeninga, J. (2000). Zit nu eens even stil. Kinderen met ADHD.
Amersfoort, CPS.

Kleeff, A. van. (2002). O jee, een kind met ADHD! Praktische vaardigheden bij het omgaan met drukke kinderen in de klas.

Jeninga, J. (2003). Begeleiding van leerlingen met ADHD in het voortgezet onderwijs. Remediaal, 4 (2), 3-10.

 

Lid van de Nederlandse Vereniging voor Orthopedagogen (NVO).
www.nvo.nl

Lid van de Landelijke Beroepsvereniging voor Remedial Teachers (LBRT).
www.lbrt.nl

Lid van Balans, vereniging voor ouders van kinderen met leer- en gedragsproblemen.
www.balansdigitaal.nl